zondag 7 september 2014

Valse Start

Cairns - Port Moresby // 18 - 22 Augustus 2014

Iets na middernacht landen we in Cairns. We hebben tien uur tijd te doden tot onze aansluiting naar Port Moresby in Papua Nieuw Guinea komt. Na acht uur wachten kunnen opent de balie voor onze vlucht. Nietsvermoedend willen we onze rugzakken afgeven en snel inchecken. Deze plannen vallen al snel in’t water. Een ware, zenuwslopende odyssee begint.

De vrouw aan de balie wil ons Visa zien. “Hebben we nog niet, die krijgen we bij aankomst”.. Dan vraagt ze naar onze terugvlucht. “Hebben we ook nog niet, we verlaten PNG per bus, richting Indonesie”.. Hoewel we gechecked & gedubbelchecked hebben, dat dit geen problem is, wordt ons de toegang tot het vliegtuig absoluut verweigerd. We verliezen ons geduld. Nergens was van deze voorwaarden sprake en dan nog? Wat heeft deze onvriendelijke, dikke Australische vrouw aan de balie van een luchtvaartmaatschappij te doen met de inreisvoorwaarden voor Papua Nieuw Guinea??? Overmoedig door de net verworvene macht over twee nieuwe marionetjes die gedwongen naar haar pijpen dansen vraagt ze ons een bankvoorschrift om aan te tonen dat we kapitaalkrachtig genoeg zijn om ons deze vakantie te veroorloven. What the fuck???

Er volgt wat telefoonverkeer met de PNG-ambassade. Ja, natuurlijk is het ok om de grens overland te volgen. Ze zijn d’r wel gerust in. Doch. De koe aan de balie houdt voet bij stuk, is boos en vertelt met een gemene lach dat we niets anders kunnen doen dan een terugvlucht boeken bij haar maatschappij. Op dit moment hebben we sinds circa dertig uur niet meer geslapen, ons geduld is op en onze hersens slaan tilt. Bovendien tikt de tijd verder en hebben we geen andere oplossing. De check-in voor onze vlucht sluit binnen 15 minuten en als we tot dan geen geldig vliegticket (enfin, terugvlucht) kunnen voorleggen, is er geen sprake van dat we op ons vliegtuig raken. Onder druk gezet, met onze rug tegen de muur geven we het op. We kunnen niets anders dan toegeven aan deze gefrustreerde koe & haar machtsspelletjes. In letterlijk allerlaatste instantie boeken we online de goedkoopste vlucht van PNG naar erbuiten (bij haar fuckin’ maatschappij). Voor absoluut onnodig weggesmeten geld vliegen we nu ergens begin okotober terug naar Australie – een alibi-vlucht, die we natuurlijk nooit zullen nemen.

In looppas willen we naar de metaalcontrole, maar al bij het checkpunt van de Australische immigratiedienst worden we opnieuw tegengehouden. Hier is men alles andere als “amused” over het feit dat we ons jaarvisa voor Australie met de volle twee (!!) dagen overschreden hebben. Het regent onvriendelijke vragen (“a haaa, en waarom lag je hier dan op’t vliegveld te slapen als je nog tickets moest boeken??”) waarop we als antwoord niet meer kunnen als wat loshangende woorden stamelen. We zijn tette. Het tv-scherm toont naast ons vluchtnummer terwijl de “final call” aan. We beginnen echt zenuwachtig te worden.

Uiteindelijk wordt op het eind ook hier alles ok, zoals altijd, en zitten we daadwerkelijk in het vliegtuig om Australie te verlaten. Nadat ik Inga troostend in m’n armen neem kalmeren we mede door het prachtige aanblik van het Great Barrier Reef, die men prima zien kan van uit de lucht.
 
Great Barrier Reef
 


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Daarbij kwam ook nog dat we door dit kleine spelletje geen tijd meer hadden onze grens-taxback te regelen. Eigenlijk hadden we voor laptop, camera, etc. nog plus honderd euro belastingen terug gekregen. Kans gemist. Als’t hier zo verder gaat zijn we sneller weer thuis als ons lief is..


Maar genoeg daarmee. Na amper 90 minuten vliegen landen we in Port Moresby. ‘t Is warm. Bij de dienst-Immigratie van PNG krijgen we voor de verandering geen problemen. Natuurlijk is geen kat geinteresseerd in onze terugvlucht, iedereen lacht, vraagt onze namen en heet ons welkom. We moeten niet eens voor ons visa betalen.

Port Moresby, de hoofdstad zijn eerder verschillende samengesmeten vooroorden als een echte stad. De lijst van stadsdelen waar men uit veiligheidsredenen als onbekende (lees: witte toerist of zelfs iemand van een ander deel van de stad) niet per se moet rondlopen is langer dan de enkele plaatsen waar men vrij kan rondlopen. Na zonsondergang wordt aangeraden zich uberhaupt niet meer op straat te tonen. Is deze stad werkelijk zo gevaarlijk? Ons guest house bevindt zich in elk geval achter een groot & hoog ijzeren tralies (net als de meeste gebouwen die we zien). De ingangspoort wordt dag en nacht door twee veiligheidsagenten bewaakt.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Na Australie moeten we er ook weer aan wennen dat we, gelijk waar we komen, nieuwsgierig aangestaard worden of en golf van enthousiasme veroorzaken. Onveilig voelen we ons allerminst, we worden vooral vriendelijk & met een grote glimlach begroet.

Helaas is er niet al te veel te doen in Port Moresby, en mooi kan men de stad pas echt niet noemen. We bezoeken te voet enkele (veilige, mama & papa) stadsdelen, markten en kijken wat we hier zo kunnen smikkelen. We bezoeken het parlement, het schattige nationale museum en de botanical garden. Maar hier geldt opnieuw: op de straten beleeft men het eigenlijke avontuur. Probeert men met openbaar vervoer en door rondvragen zogenaamde bezienswaardigheden te bereiken kan men er zeker van zijn onderweg interessantere dingen te beleven, gesprekken te voeren al swat in het museum te zien is dat men eigenlijk zoekt.

Gek genoeg zijn vanuit de hoofdstad amper wegen verbonden met andere steden. De mogelijkheden om over land te reizen zijn beperkt. Daarmee zijn we vier dagen later alweer aan de luchthaven. We vliegen met een kleine maschine naar de Island Provinces (New Britain – New Ireland), een mini-jet met propellers en plaats voor 39 personen. Jep, ook van hier zijn de uitzichten fenomenaal..
 

















Geen opmerkingen:

Een reactie posten